De geschiedenis van de Heilige Driehoek

Het gebied van de Heilige Driehoek ligt in de overgangszone tussen de Brabantse zandgronden in het zuiden en het Nederlandse delta- en rivierengebied meer noordelijk. Het reliëf en de bodem rond Oosterhout vormden zich vanaf ongeveer twee miljoen jaar geleden. De Rijn en de Maas voerden enorme pakketten zand, grind, keien en klei aan, de zogenoemde Formatie van Sterksel. De Rijenbreuk in het Brabants Massief heeft er voor gezorgd dat deze Sterkselgronden bij Oosterhout iets omhoog werden geduwd tot een rug. Aan het einde van de laatste ijstijd zijn op de Sterkselgronden windafzettingen van leemhoudende fijne zanden afgezet.

De dikte van deze dekzanden loopt bij Oosterhout uiteen van enkele decimeters tot ongeveer drie meter. Door de toenemende temperatuur ontstond er veengroei in de lage delen van het landschap. Omstreeks drieduizend jaar geleden lagen er uitgestrekte veengebieden ten westen van Oosterhout. In dit nog natuurlijke landschap zwierven jagers, vissers en verzamelaarsgroepen rond. Van deze groepen zijn in Oosterhout artefacten van vuurstenen gevonden.

 

Woonlocatie voor de boeren

Dan doen de boeren met hun sedentaire levenswijze hun intrede. De eerste boeren rond Oosterhout behoorden waarschijnlijk tot de zogenoemde Klokbekercultuur van omstreeks 2500 voor Christus. In de ijzertijd en de Romeinse tijd is het gebied van de Leijsenakkers, waar ook de Heilige Driehoek onderdeel van maakt, in gebruik geweest bij de inheemse boerengemeenschappen. Deze akkergebieden werden vanuit het zuiden bedreigd door erosie. Pas geploegd akkerland van leemarm dekzand waaide weg, waardoor er uitgestrekte stuifzandgebieden ontstonden. Tegenmaatregelen bestonden in het plaatsen van heggen en het aanleggen van houtwallen. Vanuit de rivierdelta in het noorden dreigde een ander gevaar. De zee sloeg steeds meer bressen in het land, culminerend in de St. Elisabethsvloed van 1421. Tussen Geertruidenberg en Oosterhout ontstond een groot binnenmeer. Gelukkig werd de vloed beteugeld door de stevigheid van de kleilagen in de Formatie van Sterksel. Door plaggenbemesting zijn de Leijsenakkers gedurende honderden jaren opgehoogd tot vruchtbare akkers. Door de verstedelijking van Oosterhout vormt de Heilige Driehoek zo langzamerhand het laatste open restant van deze succesvolle woonlocatie voor boeren vanaf de prehistorie.