St. Catharinadal

St. Catharinadal.Schets ener geschiedenis van het oudste klooster in Nederland, Drukkerijen Louis Vermijs N.V., Breda-Oosterhout, 1947, 104 blz.

Het feit en de feestelijke herdenking van het feit, dat het eeuwenoude Norbertinessenklooster St. Catharinadal op 15 juni 1947 driehonderd jaar gevestigd is in Oosterhout, vormde de aanleiding tot het schrijven van deze historische schets, zo opent de Aug. C.J. Commisssaris, destijds pastoor van de H. Hartkerk in Oosterhout, zijn Ter inleiding. De pretentie van deze schets is geen andere dan de eerste proeve te zijn van een aaneengesloten verhaal der lotgevallen van St. Catharinadal in de bijna zeven eeuwen van zijn onafgebroken bestaan, zo typeert de auteur zijn boekje. Het boekje bevat 23 hoofdstukjes waarin de geschiedenis van Sint-Catharinadal (zoals je de naam van het klooster moet schrijven) chronologisch uit de doeken wordt gedaan, vanaf Norbertus van Gennep, de stichter van de Orde der Norbertijnen, tot aan de hereniging met de abdij van Tongerlo in 1928 (hoewel Sint-Catharinadal wel zelfstandig is). In het boekje zijn vele foto’s en tekeningen opgenomen die het begrip van de tekst versterken, zoals een kaart van het hertogdom Brabant met de plaatsaanduiding van alle abdijen der norbertijnen.

In het boekje, dat ik in bibliotheek Theek 5 in Oosterhout heb geleend, heeft een eerdere lezer her en der kritische aantekeningen geschreven, waaruit je moet afleiden dat de bevindingen in het boek onvoldoende zouden zijn onderzocht. De lezer vindt sommige hoofdstukken, zoals over de zogenoemde afdwalingen van proost Brouwers, bovendien te negatief. Hoewel de informatie in het boekje inderdaad wel wat verouderd is – zelfs de geschiedwetenschap schrijdt voort – biedt het voor de belangstellende leek nog altijd wel een overzichtelijk en vlot leesbaar tableau. In onze eenentwingste-eeuwse ogen zijn sommige dingen moeilijk aanvaardbaar te noemen. In hoofdstuk 3 wordt bijvoorbeeld verteld van de diepe indruk die de meeslepende prediking van Norbertus ook op vrouwen had gemaakt. Velen smeekten hem het godgewijd leven van boete en versterving, van luisterrijke eredienst en gebed met de mannen te mogen delen, zo staat er verder. Norbertus stemde toe: de vrouwen zouden de huishouding van de communiteiten kunnen verzorgen. Toen de zustershuizen voor de arme abdijen al snel een te zware last werd, lieten de abten de zusters promt weer uitsterven door haar te verbieden nog nieuwe leden aan te nemen. Aan de hand van oude tekeningen is het nog enigszins mogelijk je een voorstelling te maken van het eerste klooster van de norbertinessen in Breda. Het klooster lag net buiten de stad (waar nu het Holland Casino is gevestigd) en bestond toen nog uit een verzameling van armelijke gebouwen met een kerkje onder een rieten dak. Buitengewoon roerig voor de zuters was de periode vanaf de beeldenstorm (1566) tot hun vertrek in 1647 naar seeckere omwaterde huijsinge, genoempt De Blauwe Camer in Oosterhout. Onder aanvoering van de onvermoeibare proost Cruijt zijn de nonnen een paar jaar later nog eens teruggekeerd naar hun inmiddels vervallen klooster in Breda. Ondanks de sauvegardes van de Oranjes hebben ze het daar evenwel niet kunnen bolwerken. Sinds 1679 tot heden hebben de nonnen onafgebroken hun gebedsgemeenschap in Sint-Catharinadal gehad.

3 december 2006/Jan van den Bosch