De St. Paulusabdij te Oosterhout

Sjef Kock (red.), De St. Paulusabdij te Oosterhout. Leven en werken volgens Sint Benedictus, Drukkerij Leonard, Oosterhout 2004, 24 p., uitgegeven ter gelegenheid van de Open Monumentendag Oosterhout 2004.

Dit boekje bevat een beknopte en overzichtelijke geschiedenis van de St. Paulusabdij te Oosterhout, opgesierd met vele mooie foto’s. Hoe de benedictijnen na enige omzwervingen vanuit Frankrijk tenslotte in 1907 in Oosterhout neerstreken, is wel bekend. In het begin was er vanzelfsprekend een grote afstand tussen de Franse paters en de mensen van de Voorhei.

De eerste contacten waren met Oosterhoutse leveranciers. Slagerszoon Jan Huijben uit de Klappeijstraat deed zelfs al in 1907 als postulant zijn intrede in de gemeenschap van monniken. Hij is daar op 96-jarige leeftijd overleden, na 80 jaar kloosterleven. Natuurlijk wordt in het boekje veel aandacht gegeven aan de bouw van de abdij en de bijzondere architectuur. Ook wordt het gebedsleven van de gemeenschap beschreven en verder ook het werken voor de kost, waarbij de drukkerij, de boekbinderij, het pluimveebedrijf, de bloemencultuur, het kartonnagebedrijf, het keramisch atelier, de pottenbakkerij en de boekhandel de revue passeren.

Lovende woorden zijn er voor broeder Mattheus, die tot zijn overlijden (2012) als adviseur aan de Stichting Heilige Driehoek was verbonden, voor zijn vermogen met alle rangen en standen contact te leggen en voor zijn zorg voor zieken en stervenden. Zijn artistieke talenten heeft Mattheus vooral dienstbaar gemaakt in de pottenbakkerij. Voor hij aan het pottenbakkersvak begon heeft hij altijd gewerkt in het paramentenatelier, waar hij onder meer de liturgische gewaden van Dom van der Laan vervaardigde. Dom Hans van der Laan (1904-1991), geboren in een Leidse architectenfamilie was uitzonderlijk begaafd wat betreft vormgeving, zo lezen we. Hij heeft hij zijn genialiteit ontplooid op alle voorwerpen die in de liturgie nodig zijn. Na de oorlog heeft hij samen met zijn broer Nico een cursus voor kerkelijke architectuur opgezet. “Op dit gebied is hij tot volle wasdom uitgegroeid, doordat hij op de grondslagen der architectuur een volledige leer heeft uitgewerkt, gericht op de praktijk, zo staat in het boekje. Die leer was het systeem van het plastisch getal.

Dom van der Laan ontwikkelde ook een morphotheek, een soort blokkendoos waarin de verhoudingenleer van het plastisch getal tot uitdrukking komt. De cursus Kerkelijke Archirectuur was de inspiratiebron voor de zogenoemde Bossche School. Dom Hans van der Laan heeft zelf niet veel gebouwd. De uitbreiding van de abdij St. Benedictusberg te Mamelis bij Vaals (1956-1986) geldt als zijn belangrijkste werk. De monnik die wel het meest van zich heeft doen spreken is Pieter van der Meer de Walcheren (1880-1970). Als schrijver van dagboeken, die lopen van 1911 tot 1964, is hij zijn leven lang in binnen- en buitenland een van de meest gevierde katholieke auteurs geweest. Na de dood van zijn vrouw, eind 1953, heeft hij bij de benedictijnen als monnik geleefd tot aan zijn dood in 1970. Hij vatte de eerste jaren in de St. Paulusabdij samen met de woorden: in de diepte bij God. Pieter van der Meer de Walcheren leeft in zekere zin nog voort bij drs. Jan de Ridder, lid van ons bestuur, die met hem als zijn secretaris jarenlang intensief contact heeft gehad, over hem heeft gepubliceerd en de schatbewaarder is van zijn archief Het boekje over de geschiedenis van de St. Paulusabdij is onder meer te leen in de bibliotheek Theek 5 in Oosterhout.

8 januari 2007/Jan van den Bosch.