De pottenbakkers van de Sint-Paulusabdij

J.J.A.M. Gorisse, De pottenbakkers van de Sint-Paulusabdij, Uitgave Signifikant, Oosterhout 2004, ISBN 907629514X, 48 p.

Zoals klei in de hand van de pottenbakker Zo ben jij in mijn hand, zegt de Heer; Zoals klei in de hand van de pottenbakker Zo maak ik jou een vat tot mijn eer Een gedicht met bovenstaand keervers leidt de lezer binnen in dit met zorg en liefde samengesteld boek, uitgegeven bij gelegenheid van de allerlaatste tentoonstelling waarop een terugblik is gegeven op wat in vele jaren aan moois de pottenbakkerij van de Sint-Paulusabdij heeft verlaten. De pottenbakkerij van de Franse paters was een begrip in Oosterhout en ver daarbuiten, schrijft de begeleidende werkgroep, bestaan de uit Kees Troost, Yvonne Dollé, Paul Elshout en Pieter de Bruijne, in het voorwoord.

Niet alleen de producten van deze poterie vormden de basis voor deze bekendheid, maar zeker ook de gezichten van de poterie: pater Jan, broeder Michaël en broeder Matheus. Op een heel eigen(zinige) wijze gaven zij vorm aan Franse grès. Met het wegvallen van pater Jan en broeder Michaël bleek het voor broeder Matheus niet langer mogelijk de pottenbakkerij op het bekende kwaliteitsniveau te handhaven. In plaats van fade away werd gekozen voor een afscheid dat paste bij de naam en de faam van de pottenbakkerij. Naast de tentoonstelling, die plaatsvond van 21 augustus tot 5 september 2004 bestond dat afscheid in de uitgave van dit boek. Daarin wordt het verhaal gedaan van de omzwervingen van pater Jan Rahder, die in 1965 naar de abdij van Notre Dame de Fontgombault in het departement Indre vertrekt, vér Frankrijk in, zodat hij er zeker van kon zijn dat de Nederlandse nieuwlichterij daar geen voet aan de grond zou krijgen. Pater Jan krijgt een taak toegewezen in de pottenbakkerij, de Poterie de Fontgombauld, die onder leiding stond van pater Maurice van Haverbeke.

De monniken houden zich bezig met grès, in het Nederlands ook wel aangeduid als steengoed. De verkoop gebeurt voor een groot deel vanuit de Poterie zelf, en wel aan toeristen en bezoekers van het klooster. Door toedoen van pater Rien van den Heuvel – die op zoek is naar zinvol werk met goed rendement – keert pater Jan naar Oosterhout terug om ook daar een pottenbakkerij te beginnen. De Steengoed Potterij wordt gevestigd in een leegstaande kippenschuur van de Sint-Paulusabdij. De kunstmoeder, waar voorheen de eendagskuikens verbleven, wordt omgetoverd tot toonzaal. Bovendien wordt een herenkamer aangebouwd. Met de hulp van Dries Struyk wordt klei uit de Loirestreek aangevoerd; nergens in Nederland was de juiste klei te vinden. Over de aard van de productie hoeft pater Jan niet te twijfelen: het moeten mooie, harmonieuze potten, vazen en schalen worden, geënt op de traditie. Het liefst maakt hij unica’s, maar de economische realiteit maakt het noodzakelijk dat er ook in serie wordt geproduceerd: veel serviezen, vazen en pullen en ander gebrukksgoed, zij het dan wel van een ambachtelijke, zeer hoge kwaliteit, met intense kleur van asglazuren van eigen en Frans recept. Broeder Matheus gaat op les bij Joop Beekwilder om te leren draaien. Tjeu Doesburg, een pottenbakker uit Baarle-Nassau, komt de eerste anderhalf jaar het team versterken. Op 6 september 1970 is de eerste oven ingeladen en wordt hij door vader abt ingewijd. Op 8 september is het eerste stookproces beëindigd.

Op 11 september worden de eerste producten verkocht. Ter gelegenheid van de negentigste verjaardag van Pieter van de Meer de Walcheren zijn er die dag toevallig veel gasten in de abdij. Op 2 mei 1971 wordt de toonzaal officieel geopend. In het boek worden mooie schilderingen gegeven van het personeel van de pottenbakkerij. Naast de vaste kern (broeder Michael, broeder Matheus, pater Jan, uiterlijk een beetje de Sean Connery van de club, en broeder Theo) waren er ook vele tijdelijke helpers en deskundige adviseurs, zoals de jesuiet Joep Dresen die vele jaren als gespreksleider optrad bij de ovenbesprekingen. Er breekt een periode van grote bloei aan. De klanten stromen toe. Er wordt geëxposeerd op tientallen tentoonstellingen. Al vanaf het begin van de jaren tachtig komen er wolken aan de hemel: de werkkracht loopt terug, evenals de verkopen. Op allerlei manieren worden plannen gesmeed om de pottenbakkerij te behouden. Maar als broeder Matheus er tenslotte alleen voor staat en in 2003 het besluit valt dat de benedictijner monniken gaan verhuizen naar een verzorgingshuis in Teteringen, betekent dat impliciet ook het einde van de pottenbakkerij. Ze sluit een periode af waarin de pottenbakkers van de Sint-Paulusabdij de Oosterhoutse traditie van het ambachtelijk pottenbakken op waardige en kunstzinnige wijze in stand hebben gehouden, zo sluit auteur Cock Gorisse af. Zoals klei in de hand van de pottenbakker Zo ben jij in mijn hand, zegt de Heer; Zoals klei in de hand van de pottenbakker Zo maak ik jou een vat tot mijn eer Het boek De pottenbakkers van de Sint-Paulusabdij is te leen in bibliotheek Theek 5 in Oosterhout.

15 januari 2007/Jan van den Bosch.