De Sint-Paulusabdij van Oosterhout

M. Mähler, De Sint-Paulusabdij van Oosterhout, Stichting Zuidelijk Historisch Contact, Tilburg 1991, ISBN 9070641356, 220 blz.

Dit boek verscheen in 1991 in de serie geschiedkundige monografie’n Bijdragen tot de geschiedenis van het Zuiden van Nederland, die door de Stichting Zuidelijk Historisch Contact te Tilburg wordt uitgegeven. In “Brabant beschouwd en beschreven” * treffen we een bespreking van dit boek aan. De stichting te Oosterhout van benedictijner kloostergemeenschappen van paters en zusters, zo lezen we daar, is een onmiddellijk gevolg van de anti-clericale wet van de Franse regering Van Waldeck-Rousseau. Religieuze orden en congregaties, die voor 1 oktober 1901 niet in het bezit zijn van een verblijfsvergunning, staat ontbinding te wachten. De benedictijner monniken en monialen van Wisques (Noord-Frankrijk) besluiten dit niet af te wachten, maar in het buitenland een veilig heenkomen te zoeken. Nadat de zusters de paters zijn voorgegaan, verhuizen de monniken na enige omzwervingen in 1907 ook naar Oosterhout. Bij de opbouw van de communiteit ondervinden zij veel steun van de zusters. De novicenmeester van Wisques, pater Jean de Puniet, wordt de eerste prior van dit oord in ballingschap. De gemeenschap wordt al gauw door de bevolking opgenomen en trekt ook veel belangstelling van buiten. In 1910 wordt de priorij tot abdij verheven. De naam Sint-Paulusabdij-van Wisques houdt de band met haar oorsprong vast en brengt de hoop tot uitdrukking eens naar het moederland te kunnen terugkeren.

Als na de Eerste Wereldoorlog het politieke klimaat in Franrijk verbetert, wordt de draad in Wisques weer opgepakt en keert een deel der monniken terug. Door de toestroom van novicen en de verworven plaats binnen de Nederlandse katholieke gemeenschap krijgt de abdij meer en meer een Nederlands karakter, al blijft het Frans nog enige tijd de voertaal. We lezen verder in de boekbespreking uit “Brabant beschouwd en beschreven”: Met de verzelfstandiging in 1928 van de communiteiteiten te Wisques en Oosterhout is de positie van de abdij in Nederland definitief gevestigd. Al vanaf 1908 zijn er plannen om de voormalige benedictijner abdij in Egmond te doen herleven. Na tal van moeilijkheden en tegengestelde belangen wordt hier in 1934 de eerste steen gelegd. In 1936 erkent Oosterhout deze nieuwe vestiging als priorij, in 1950 gevolgd door haar verheffing tot abdij. De abdij te Oosterhout heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een belangrijk centrum van spiritualiteit, van waaruit vele wetenschappelijke publikaties op het gebied van de mystiek, de gregoriaanse zang en de liturgie hun weg naar binnen- en buitenland vinden. Mahler legt niet alleen op indringende maar zakelijke wijze verslag van de binnenkant van het monastieke leven, hij schetst ook de uitstraling van de abdij op de religieuze herleving in katholiek Nederland. Op het gebied van de religieuze kunst levert de abdij bovendien een belangrijke bijdrage. Naar buiten nog het meest bekend is de communiteit van Oosterhout door de intrede van de flamboyante auteur Pieter van der Meer de Walcheren. De studie van Mahler laat vooral een nuchtere waarheid zien: een eeuwenoude instelling als het monastieke leven volgens de Regel van Benedictus betekent geen stilstand, maar vooruitgang op de wegen des Heren. Overeenkomstig de benedictijnse en algemeen menselijke discretie zet de auteur een punt achter zijn verhaal op het ogenblik, waarop hij zelf als abt, van 1941 tot 1965, bestuurlijke verantwoordelijkheid neemt.

5 maart 2007/Jan van den Bosch.

* Dr. Th. G.A. Hoogbergen, “Brabant beschouwd en beschreven. Noord-Brabant vanaf 1100, in staatkundig, sociaal-economisch, politiek, cultureel en religieus perspectief. Samenvattingen van 112 studies”, Stichting Zuidelijk Historisch Contact, Tilburg 1995, ISBN 9066630329, 136 blz.