De Heilige Driehoek, kloosterenclave

J.J.A.M. Gorisse (red.), De Heilige Driehoek. Kloosterenclave te Oosterhout, Uitgave Significant, Oosterhout 2002, ISBN 90-76295-10-7, 140 blz.

Dit boek hoort in iedere boekenkast te staan, zeker in die van de Vrienden van de Heilige Driehoek. Het boek beschrijft de Heilige Driehoek als een wonder van Gods Schepping. De aanwezigheid van beschouwende kloosterlingen heeft aan het gebied tussen en rondom de drie conventen (in het Sint-Catharinadal, de Onze-Lieve-Vrouwe Abdij en de Sint-Paulus Abdij) een heel eigen karakter gegeven. De bebouwing, de beplanting, de wegenloop, het ruimtegebruik en de ontginning hebben hier gezorgd voor een voor Nederland uniek landschappelijk ensemble, dat een verstild getuigenis afgelegt van de toewijding van zijn biddende bewoners. In hoofdstuk 1 van het boek met de prachtige linosnede van Paul Elshout op de omslag beschrijft Niko Dijk het ontstaan van het landschap. De Heilige Driehoek ligt in de overgangszone van de Brabantse zandgronden in het zuiden en het Nederlandse delta- en rivierengebied meer noordelijk. Rijn en Maas hebben er enorme pakketten zand, grind, keien en klei afgezet: de Formatie van Sterksel. Veel dieper in de ondergrond heeft de Rijenbreuk er voor gezorgd dat deze Sterkselgronden bij Oosterhout iets omhoog worden geduwd tot een rug. Tussen de rivieren de Mark en de Donge loopt deze rug naar het noordwesten door tot Den Hout en Steelhoven. Op de Sterkselgronden werden op het eind van de laatste ijstijd dekzanden afgezet. Door de stijgende temperatuur, een stijgende zeeespiegel en een stagnerende waterafvoer onstonden er uitgestrekte veengebieden ten noorden en westen van Oosterhout. De eerste boeren in Oosterhout behoorden tot de zogenoemde Klokbekercultuur van rond 2500 voor Christus. In de ijzertijd en de Romeinse tijd is het gebied van de Leijsenakkers met zijn vruchtbare leemhoudende zandgrond in gebruik geweest bij inheemse boerengemeenschappen. Hoofdstuk 2 van de hand van Paul van Dijk gaat over de natuur in de Heilige Driehoek. Cultuurhistorie, landschap en natuurwaarden vertonen in dit gebied een sterke samenhang. De cultuurhistorische inbreng van boeren en kloosterlingen heeft een gebiedseigen mix tot gevolg gehad met bossen, lanen, sloten, houtwallen en landbouwgronden.

Eigenlijk is vooral de rijksweg A27 een ernstig verstorend element. Deze weg doorsnijdt bovendien de aloude verbinding met het landschap van de Heikant. Desondanks straalt de Heilige Driehoek nog veel uit van de historie en het landschap van weleer. Juist door deze kwaliteiten leeft hier een groot aantal plant- en diersoorten. Het ecologische hart van de Heilige Driehoek wordt momenteel gevormd door het stinzebos van de Sint-Paulus Abdij en zijn randzone met het agrarisch gebied (met struwelen en houtwallen), de bomenrijen, oeverruigt en struwelen langs de Kloosterdreef en het stinzebos en de lanen van de Onze-Lieve-Vrouwe Abdij. In hoofdstuk 3 is Niko Dijk weer aan de beurt. Hij beschrijft de geschiedenis van het gebied sinds de Romeinse tijd. Vanaf die tijd tot heden werd er in het gebied, dat in de Middeleeuwen bekend werd als de Leijsenakkers, continu geboerd en gewoond. Aan de westrand van het akkercomplex was er enige bebouwing; rond de huidige Markt en Heuvel van Oosterhout was die het dichtst.

De blokvormige akkers binnen de Heilige Driehoek zijn waarschijnlijk het oudst. Toen vond ook ophoging door plaggenbemesting plaats. In de twintigste eeuw werden de Leijsenakkers vanuit het westen door stedelijke uitbreiding bedekt. Wat nog rest is de Heilige Driehoek en het gehucht Heikant. De hoofstukken 4 tot en met 9 gaan over de kloosters in het gebied. In hoofdstuk 4 beschrijft Trees Sponselee de langdurige geschiedenis van het klooster Sint-Catharinadal, sinds 1647 in Oosterhout gevestigd. In hoofdstuk 5 vertelt Cock Gorisse hoe de benedictijnen en benedictinessen van Franse ballingen werden tot een Nederlandse Congregatie. Dat de benedictinessen zich in 1901 in Oosterhout vestigden en de benedictijnen in 1907 was een rechstreeks gevolg van de anticlericale wetgeving in Frankrijk. In hoofdstuk 6 voert Cock Gorisse aan dat het niet alleen het landschap van de Heilige Driehoek zich laat lezen als een spannend boek, maar dat ook de gebouwde omgeving met het daarin aanwezige historisch patroon van wegen en paden een eigen verhaal vertelt over het leven van onze voorouders. Dat verhaal wordt niet alleen verteld door kloostergebouw van Sint-Catharinadal en de boerderijen, schuren en herbergen die allemaal dikwijls al honderden jaren oud zijn, maar ook door twintigste-eeuwse gebouwen, zoals de benedictijnerabdijen, het kappelleke aan het Helleke en een voormalig voetbalveld met tribune. In het gebied zijn liefst vijf rijksmomumenten aanwezig en drieënentwintig gemeentelijke monumenten. Het totale gebied van de Heilige Driehoek heeft bovendien de status van Rijksbeschermd Stadsgezicht. Het blauwe boek wordt besloten met een beschrijving van het leven in elk van de drie kloosters. Het boek is zolang de voorraad strekt voor de prijs van  10 verkrijgbaar bij de Stichting Heilige Driehoek. Dit aanbod geldt alleen voor de Vrienden van de Heilige Driehoek.

22 november 2006/Jan van den Bosch